Financieel

De gevolgen van bodemdaling zijn niet direct terug te zien in de gemeentelijke begroting, maar hebben indirect de grootste gevolgen voor de kosten voor beheer en onderhoud. De rioolheffing is een van de inkomensposten van de gemeente. In 2015 was het landelijk gemiddelde van de rioolheffing EUR 188,--. Op basis van de hoge onderhoudskosten aan de riolering door de slappe bodem, zou de rioolheffing in de slappe bodem gemeenten hoog moeten zijn. Echter, een aantal slappe bodem gemeenten heeft een rioolheffing lager dan het landelijk gemiddelde. Een aantal gemeenten heeft geen kostendekkende rioolheffing en een aantal gemeenten wel. Er zijn oplossingrichtingen gevonden voor:
Investeringskosten
Beheer- en onderhoudskosten
Gemeentefondsgericht begroten

Investeringskosten
Hogere investeringskosten leiden over het algemeen tot lagere beheerkosten en andersom. De meeste gemeenten zijn zich hier bewust van, maar geven aan dat het vaak geen uitgangspunt is bij het uitvoeren van een project. Hoge investeringskosten kunnen niet altijd geëist worden bij een ontwikkelaar en daarnaast moeten de hogere investeringskosten goed verantwoord worden.

Om de beheer- en onderhoudskosten te verlagen worden steeds vaker grotere investeringen toegepast:
- een gemeente heeft het toepassen van licht materiaal als uitgangspunt voor de gemeentelijke begroting opgenomen. De gedachte is dat het op de lange termijn winst op levert doordat er minder vaak opgehoogd hoeft te worden;

- een andere gemeente heeft in het verleden extra geïnvesteerd in het onderheien van het rioolstelsel. Hierdoor is de slappe bodem veel minder een probleem voor het functioneren van de riolering en bewijst het een duurzame investering te zijn geweest. De financiële afschrijvingstermijn voor de riolering is 60 jaar. Met relining wil de gemeente de levensduur nog eens verlengen met 40 jaar. Een nadeel is dat de riolering een star element vormt in de openbare ruimte. Hierdoor is er bijvoorbeeld sprake van breuken in kabels en leidingen die wel met de bodem meezakken;

- hoewel innovaties vanuit de markt komen, zal de markt dit niet toepassen zolang er geen geld beschikbaar is. Er is een gemeente die ernaar streeft naar om budget vrij te maken voor innovaties.

Daarnaast passen een aantal gemeenten levenscyclusberekeningen toe op projecten om hogere investeringen te rechtvaardigen:
- een gemeente heeft de levenscyclus benadering toegepast om af te wegen welke technieken toegepast moeten worden bij nieuwe projecten en bij bestaand gebied. Op basis hiervan is gekozen voor drijvend bouwen als ambitie bij nieuwbouw op veengrond en fixeren bij een reconstructie, tenzij het niet haalbaar is. Bijvoorbeeld bij bestaand gebied in een dorpskern wordt de openbare ruimte op palen en een betonvloer gezet. Deze kan over een veel langere periode worden afgeschreven (75 jaar) omdat de levensduur van de constructie veel langer is.

Beheer- en onderhoudskosten
Vanwege de hoge beheer- en onderhoudskosten voor de slappe bodem ontvangen alle deelnemende gemeenten van het Platform Slappe Bodem extra inkomsten uit de gemeentelijke uitkering. De hoogte van de uitkering is gebaseerd op de bodemfactor. De bodemfactor verschilt per gemeente en geeft daarmee ook de ernst van de slappe bodem weer per gemeente. De extra uitkering vanuit de bodemfactor is niet toereikend voor de meerkosten door bodemdaling.
De budgetten voor onderhoud zijn niet in alle gemeenten voldoende. Hierdoor zijn veel gemeenten bezig met symptoombestrijding in plaats van preventie. Hierbij heeft het verlengen van de levensduur de voorkeur boven vervanging. Er is nu wellicht voldoende budget om de huidige toestand te behouden, maar dat is in de nabije toekomst niet meer haalbaar.

Enkele gemeenten hebben grip op de beheerkosten door voor de budgetten voor beheer en onderhoud gebruik te maken van metingen of rekenmethodes:
- een gemeente heeft een wegen- en rioleringonderhoudsplanning met een doorkijktijd van 60 jaar. Deze doorkijktijd is mogelijk door het gebruik van satellietdata van InSAR. Op basis van 20 jaar data is de gemeente in staat om zettingstrends te bepalen en hierop de onderhoudsplanning af te stemmen. Door de lange termijn planning kan er financieel geanticipeerd worden op jaren waarin meer onderhoud en reconstructie gepleegd moet worden. Waar voorheen een aanvraag ingediend werd en er onzekerheid was over de toekenning ervan, kan er nu een spaarpot gemaakt worden voor de pieken die eraan komen;

- een gemeente baseert de hoogte van de onderhoudsbudgetten op basis van het rekenmodel van CROW. Na aanleiding van de ervaringen in een andere gemeente zijn de onderhoudscycli in het model aangepast. Het rekenmodel rekent op basis van geïndexeerde eenheidsprijzen en de aangepaste onderhoudscycli voor slappe bodems het nodige onderhoudsbudget uit.

De gemeenten kunnen naar andere manieren kijken om inkomsten voor beheer en onderhoud te generen:
- een gemeente heeft bijvoorbeeld precariobelastingen aan de nutsbedrijven als extra inkomsten;

- in een andere gemeente moeten nutsbedrijven een degeneratieheffing betalen als ze de straat openbreken.

Gemeentefondsgericht begroten
Het resultaat van de inzet van het platform slappe bodem vanuit Midden-Holland is dat sinds 1 januari 2007 gemeenten op slappe bodem aanzienlijk beter worden gecompenseerd voor de hogere lasten die zij hebben voor met name het wegonderhoud op die slappe bodem. Zonder aanpassing overigens van de totale omvang van het Gemeentefonds hebben de gemeenten op slechte grond vanaf die datum gezamenlijk ca. € 17,5 miljoen structureel hogere gemeentefondsuitkering ontvangen.

 >> Lees meer over gemeentefondsgericht begroten