Proces en beheer

Bij het opstellen en voeren van beleid zijn  oplossingsrichtingen mogelijk voor de volgende aspecten:
Restzettingseis
Onderhoud
Contracten

Restzettingseis
In alle gemeenten speelt de restzettingseis voor de openbare ruimte, soms aangevuld met een eis voor de minimale drooglegging of ontwateringsdiepte, een centrale rol. Deze eisen gelden voor ingenieursbureaus, aannemers en ontwikkelaars. Berekeningen moeten aantonen dat er aan de eisen voldaan wordt. Voor de restzettingseis worden de volgende oplossingen toegepast:
- een bepaalde gemeente heeft dit opgelost door voor een wijk een restzettingseis van 30 cm in 60 jaar aan de ontwikkelaar mee te geven. De ontwikkelaar is hierbij gedwongen om verder vooruit te kijken dan normaal bij een ontwikkeling en moet in het ontwerp meenemen wat daarbij de consequenties zijn van 30 cm zetting.

Onderhoud
De gemeenten op een slappe bodem gaan sneller over tot onderhoud en reconstructies in de openbare ruimte dan gemeenten met een goede ondergrond. De gemiddelde levensduur van de riolering in slappe bodem is tussen de 25 en 40 jaar, terwijl op zandgronden riolering ruim 80 jaar kan blijven. In de slappe bodem ontstaan ongelijke zettingen in de riolering, kan de riolering niet meer onder vrij verval lozen of breken de huisaansluitingen af als gevolg van verschilzettingen.

De meeste gemeenten baseren de onderhoudscyclus van de openbare ruimte op de zettingen van de straat of de riolering. Dit resulteert in een onderhoudscyclus tussen de 15 en 30 jaar gebaseerd op zettingsvoorspellingen op basis van satellieten. Echter, in de praktijk worden sommige wijken al na 10 jaar opgehoogd, omdat de riolering dan al een volledige buisdiameter is gezakt. Ook hanteren een aantal gemeenten een minimale drooglegging als uitgangspunt voor het uitvoeren van onderhoud.

Voor het beperken van de onderhoudsinspanning worden de volgende oplossingen toegepast:
- een aantal gemeenten focust op het verlengen van de levensduur van de riolering door bijvoorbeeld het toepassen van relining;

- een andere gemeente stemt juist het type materiaal af op de zettingen. Er is hier gekozen om de goedkoopste PVC-buizen voor de riolering en de goedkoopste bestrating toe te passen omdat deze door de zettingen toch snel vervangen moeten worden.

Contracten
In de meeste gemeenten voeren ontwikkelaars en aannemers de nieuwe gebiedsontwikkelingen uit. De belangen van een ontwikkelaar of een aannemer zijn anders dan de belangen van de gemeente. De ontwikkelaars en aannemers willen zo snel mogelijk woningen verkopen, bouwen en opleveren. Een gemeente moet meer naar de langere termijn kijken en wil de onderhoudskosten zo laag mogelijk houden.

Over de restzettingseis die de gemeente meegeeft aan een ontwikkelaar is vaak veel discussie. De ontwikkelaars kiezen niet voor de meest duurzame variant, maar voor de snelste variant. De meest duurzame variant kost vaak meer geld en tijd, wat boven op de kosten komt van de projectontwikkelaar. De prijs van de woning wordt niet bepaald door de totale kostprijs maar door de markt. Er is hierdoor geen drijfveer voor de ontwikkelaar om voor de duurzame variant te kiezen.

De gemeenten geven de ontwikkelaars vooral eisen mee over de openbare ruimte. Een ontwikkelaar kan vaak zelf bepalen wat er op de particuliere kavels gebeurd. Dit levert bij het onderhoud vaak problemen op met de aansluiting van de openbare ruimte op de kavels. Zo worden woningen soms direct aan de openbare ruimte gebouwd waardoor er geen overgangsruimte is bij verschilzettingen in de openbare ruimte. Ook worden in de tuinen niet of beperkt opgehoogd, waardoor soms grote zettingen ontstaan.

Tot slot is het lastig om aan te tonen of een ontwikkelaar aan de eisen heeft voldaan. De zettingen kunnen andere oorzaken hebben, zoals de verlaging van het waterpeil of lokale grondwaterontrekking. Ook is de gemeente vaak genoodzaakt om de openbare ruimte over te nemen, ondanks dat er niet aan de eisen is voldaan.

Gemeenten zien kansen in nieuwe contractvormen en passen deze ook toe:
- een gemeente overweegt geïntegreerde contracten in te voeren met een garantstelling van 10 jaar voor aannemers of ontwikkelaars;

- een andere gemeente ziet kansen om de laatste betaling van de aannemer pas na 5 jaar te doen op basis van resultaat;
- een andere gemeente stelt eisen bij de overdracht van openbaar gebied. Zo zijn ontwikkelaars verplicht 20 jaar beheer en onderhoud af te kopen bij de gemeente. Indien ze dit niet willen, neemt de gemeente de openbare ruimte niet over. De gemeente is op dit moment in overleg met een ontwikkelaar van een specifieke wijk. De openbare ruimte is nog niet overgedragen aan de gemeente omdat de riolering in de wijk erg scheef ligt door slechte aanleg;

- een gemeente werkt met boeteclausules als een ontwikkelaar niet voldoet aan de eisen. De vraag is echter hoe hoog de boeteclausule moet zijn. Bij de ontwikkeling van een park was gekozen voor bedrag om de eerste keer op te hogen. Toen bleek dat de ontwikkelaar niet aan de eisen voldeed, moest de ontwikkelaar de boete betalen. Na betaling is de ontwikkelaar failliet gegaan, maar de gemeente zit nog wel met problemen van het gebied. Het park was in 2010 op geleverd, maar grote delen moeten nu al opgehoogd worden.