Ruimte/RO

De bodemdalingsproblematiek overstijgt de gemeentegrenzen. Provincies, waterschappen en nutsbedrijven zijn belangrijke ruimtelijke partners in de aanpak van de bodemdalingsproblematiek. Uiteraard zijn bewoners ook belangrijk voor de deelnemers aan het platform. Daarnaast spelen factoren als bestemming, archeologie, stedenbouw en landschap. Hieronder worden mogelijke oplossingsrichtingen genoemd voor de aspecten:
Ruimtelijke partners
Bewoners
Bestemming, archeologie, stedenbouw, landschap

Ruimtelijke partners
Enerzijds heeft bodemdaling grote gevolgen voor ruimtelijke partners zelf. Anderzijds hebben bepaalde beslissingen van deze ruimtelijke partners grote gevolgen voor de aanpak van de bodemdalingsproblematiek in de gemeente, denk bijvoorbeeld aan een waterpeilbesluit van een waterschap of de onderhoudsplannen van een nutsbedrijf.
De samenwerking tussen deze ruimtelijke partners en de gemeenten varieert sterk van gemeente tot gemeente. Oplossingsrichting kan zijn om overeenkomsten met de ruimtelijke partners te sluiten om zo de samenwerking te verbeteren:
- een gemeente sloot een regionale gebiedsovereenkomst (convenant) af met verschillende afspraken op vlak van gebiedsverkenningen;

- een andere gemeente sloot een veenweidepact met de provincie af om de samenwerking te bevorderen tussen meerdere overheden voor de ontwikkeling van die gemeente.

De gemeenten proberen op verschillende manieren hun relatie met de nutsbedrijven te verbeteren:
- een gemeente probeert de nutsbedrijven te bewegen om mee te betalen aan de gevolgen van bodemdaling op kabels en leidingen door een nieuwe leidingverordening op te stellen. De gemeente betaalt de eerste 5 jaar na de aanleg mee aan onderhoud. Daarna betalen de nutsbedrijven zelf;

- een gemeente heeft een regeling om de nutsbedrijven te laten meebetalen aan onderhoud aan de openbare ruimte. Nutsbedrijven moeten een degeneratieheffing betalen wanneer ze de straat openbreken. In de praktijk lijken nutsbedrijven liever vast te houden aan hun eigen planning en de degeneratieheffing te betalen, dan gezamenlijk de straat te heraanleggen;

- een andere gemeente probeert de problemen aan te pakken met het aanpassen van de verlegregeling;

- in een andere gemeente worden nutsbedrijven 10 tot 12 maanden tevoren betrokken bij ophoogprojecten. Er vindt een initiëringoverleg plaats met alle stakeholders. Hierbij worden alle belangen en meekoppelkansen geïdentificeerd. De meeste nutsbedrijven gaan dan mee met een straatreconstructie. Daarnaast heeft de netbeheerder voor gas en elektriciteit op basis van een convenant de inspanningsverplichting om mee te gaan met een straatreconstructie;

- in een gemeente lijkt de aanstelling van een coördinator nutsleidingen goed te werken. De nutscoördinator heeft contactpersonen bij alle nutsbedrijven. Hierdoor verloopt de samenwerking tussen de gemeente en de nutsbedrijven goed. Een andere gemeente gaat ook een coördinator nutsleidingen aanstellen.

- een gemeente gaat werken met het instrument projectovereenstemming (POS) van Rijkswaterstaat. Via dit instrument maken alle partijen afspraken over werkzaamheden, planning, verantwoordelijkheden en consequenties bij het niet opvolgen van de afspraken.

Bewoners
Bewoners krijgen inspraak bij reconstructies en worden in een vroeg stadium betrokken bij ontwerp en inrichting. Er is immers veel lokale kennis bij de bewoners die van meerwaarde is voor het ontwerp. Bewoners zijn zelf verantwoordelijk voor bodemdalings- en funderingsproblematiek van hun woningen en zij moeten zelf hun tuinen ophogen. Als bewoners hun terrein zelf ophogen met een ander ophoogmateriaal dan de gemeente ontstaan mogelijk problemen, zoals knappende huisaansluitingen.
In de meeste gemeenten zijn bewoners gewend aan dalende bodem.
De toegankelijkheid van appartementen voor minder validen en ouderen met rollators en scootmobielen is een zorg voor sommige gemeenten. Het is belangrijk om bij een ontwikkeling rekening te houden met de gevolgen van de restzettingseis op de bereikbaarheid en toegankelijkheid. Dit is een belangrijke opgave gezien de vergrijzing die de komende jaren in Nederland doorzet.

Bestemming, archeologie, stedenbouw, landschap
Bij de locatiekeuze van nieuwe ontwikkelingen wordt de bodemgesteldheid spaarzaam meegenomen. Dit gebeurt momenteel enkel bij de inrichtingsplannen voor landelijk gebied in sommige gemeenten:
- in een gemeente is het waterschap bezig met grondruil waarbij getracht wordt agrarische functies op betere ondergrond en natuurfuncties op slappere ondergrond in te richten;

- een andere gemeente participeert in verkenningen van de waterbeheerders, voor het lange termijn beleid voor dalingsgevoelige gronden in het landelijk gebied. Zo krijgen twee polders en een veenweidegebied rond die gemeente bijzonder aandacht op dit moment;

- in een gemeente worden ecologische verbindingszones op de meest natte plekken van de polder aangelegd;

Archeologie
Indien archeologie een rol speelt, moet er rekening gehouden worden met hogere kosten, langere proceduretijden en beperkingen in de manier van bouwen. Voor archeologie is een mogelijke oplossing om als gemeente samen met de rijksdienst Cultureel Erfgoed de verwachting per type fundering in kaart te brengen.

Stedenbouw
Meestal wordt er eerst een stedenbouwkundig ontwerp opgesteld, waarna er civieltechnische maatregelen volgen om de zettingen te beperken. Beheer wordt in de meeste gevallen pas later meegenomen in het ontwerpproces. Oplossing zou kunnen zijn beheer eerder te betrekken om latere problemen te voorkomen.

Landschap
Aan landschap wordt veel belang gehecht. Door het grondgebruik te veranderen, verandert het landschap. Veel bewoners en belangengroepen willen het landschap echter behouden. Zo worden het ontginningsstelsel, de houtwallen en de agrarische percelen gewaardeerd in het veenweidegebied.