'Het Rijk mag zeker niet ontbreken'

De maatschappelijke kosten die we in Nederland hebben ten gevolge van bodemdaling lopen in de miljarden euro’s. Dat blijkt uit de beleidsstudie ‘Dalende bodems, stijgende kosten’ dat het Planbureau voor de Leefomgeving presenteerde tijdens de CoP XXL-bijeenkomst Samenwerking van het Platform Slappe Bodem en STOWA op 24 nov. 2016. De komende jaren zijn veel investeringen nodig zijn om grotere schade in de toekomst te voorkomen. Het Rijk mag zeker niet ontbreken vanuit haar verantwoordelijkheid op diverse gemeente- en provinciegrens overstijgende terreinen

De PBL-studie laat zien dat er investeringen in onderzoek en innovatieve maatregelen op het gebied van ruimtelijke ordening wegen- en woningbouw en waterbeheer noodzakelijk zijn om de kosten van bodemdaling op lange termijn (2050) beheersbaar te houden. Daarbij liggen er ook kansen voor reductie van CO2-uitstoot. Provincies, waterschappen, gemeenten en bedrijven, maar ook particuliere huiseigenaren zijn daarbij aan zet. De extra kosten ten gevolge van bodemdaling zonder ingrijpen zijn tot 2050 geraamd op 16 miljard euro voor het verbeteren van funderingen, maximaal 3,7 miljard euro voor infra in stedelijk gebied, 1 miljard euro voor infra in landelijk gebied en 200 miljoen euro voor waterbeheer in landelijk gebied.

Het Rijk mag zeker niet ontbreken in de aanpak van bodemdaling, gezien haar verantwoordelijkheid op diverse gemeente- en provinciegrens overstijgende terreinen, zoals natuur, klimaatadaptatie en waterveiligheid. Het Platform Slappe Bodem omarmt deze boodschap; zij pleit al jaren voor een breed gedragen nationale strategie bodemdaling, een pleidooi dat door steeds meer partijen wordt ondersteund, zoals de Stuurgroep Nationaal Landschap Groene Hart, Deltares, TU Delft, STOWA en andere grote kennisinstituten en universiteiten.

Vanuit de Tweede Kamer is door een aantal partijen onlangs ook bij minister Schultz van Haegen, van Infrastructuur en Milieu, aangedrongen op het stimuleren van onderzoek om bodemdaling te kunnen aanpakken en toekomstige kosten te vermijden.

Hilde Niezen, voorzitter Platform Slappe Bodem zegt hierover: “De minister van IenM heeft tijdens het recente debat een opening geboden over financiering van onderzoek en ruimte voor experiment. Het Platform gaat graag met het ministerie in gesprek over de verdere invulling en uitwerking hiervan.”

Handen ineen voor praktijkprojecten

Met het kennisprogramma Klimaat, water en bodemdaling hebben de provincie Zuid-Holland, STOWA (Stichting Toegepast Onderzoek Waterbeheer), het Platform Slappe Bodem en Rijkswaterstaat de handen ineen geslagen om het eerste jaar van een meerjarig kennisprogramma te financieren. Betrokken decentrale overheden ontwikkelen kennis en wisselen kennis uit over dit onderwerp vanuit een groot aantal praktijkprojecten rondom bodemdaling in landelijk gebied, stedelijk gebied en kleine woonkernen. Het kennisprogramma heeft als doel de lokale en regionale projecten te verbinden en versterken. Dit programma werd ook op de bijeenkomst van het Platform Slappe Bodem gepresenteerd door betrokken partijen.

Leefbaar, veilig en betaalbaar

De organisaties willen met het kennisprogramma Klimaat, water en bodemdaling oplossingen bieden en een strategie voor de lange termijn ontwikkelen om de veengebieden van Nederland leefbaar, veilig en betaalbaar te houden. Daarmee krijgen overheden en stakeholders handvatten om de uitdagingen die bodemdaling met zich meebrengt beter te kunnen aanpakken. De komende jaren zal het kennisprogramma Klimaat, water en bodemdaling de kennis uit verschillende lopende lokale en regionale projecten ontsluiten, onderling verbinden en delen. Daarnaast verbindt het kennis en ervaring door samenwerking te stimuleren tussen overheden, kennisinstellingen, marktpartijen en burgers. Hiermee worden kennisvragen beantwoord en nieuwe behoeftes in beeld gebracht.