Ministeries zetten goede stappen, integrale aanpak ontbreekt nog

De ministers van Infrastructuur en Waterstaat (I&W) en Landbouw, Natuur en Voedselveiligheid (LNV) hebben mede namens hun collega-bewindspersonen van BZK, OCW en EZK een aantal brieven naar de Tweede Kamer gestuurd over de belangen, betrokkenheid en activiteiten van het Rijk rond het thema slappe bodem oftewel bodemdaling van veen- en kleigebieden. Hiermee geeft het kabinet invulling aan het verzoek van het Kamerlid Van der Lee (GL) en de aangenomen motie-Geurts (CDA) en reageert zij op de initiatiefnota’s ‘Veen red je niet alleen’ en ‘Droge voeten: naar een klimaatbestendig Nederland’ van Kamerleden Bromet (GL) en De Groot (D66).

Het Platform Slappe Bodem heeft waardering voor de heldere probleemanalyse van de minister van I&W en de erkenning dat bodemdaling een Rijksbelang is waarin het Rijk bovendien een systeemverantwoordelijkheid draagt voor Ruimtelijke Ordening, maar ook voor cultureel erfgoed. Daarnaast zet het Platform ook enkele kanttekeningen.

De minister meldt dat ‘het Rijk via thematische invalshoeken werkt aan een Rijksbrede aanpak van bodemdaling als cross-sectoraal thema door een reeks aan maatschappelijke opgaven.’ Bodemdaling is een breed probleem dat invloed heeft op veel beleidsterreinen en verschillende effecten heeft op stedelijke gebieden en landelijke gebieden die op termijn tot miljardenschades leiden aan economie, natuur en bebouwing.

Op nationaal niveau is de laatste jaren vooruitgang geboekt. Het is goed te zien dat de ministeries hun verantwoordelijkheden invullen, met name op het gebied van kennisontwikkeling. Daar ziet het Platform dat er grote stappen gezet (gaan) worden mede dankzij investeringen van het Rijk, waarmee het Nationaal Kennisprogramma Bodemdaling een impuls krijgt. De aangekondigde investeringen in de Regio Deal Bodemdaling Groene Hart, het onderzoeksprogramma Living on soft soils (LOSS) en veenweideprojecten in het kader van de Klimaatenveloppe zijn noodzakelijk om goede keuzes en oplossingsrichtingen te ontwikkelen om bodemdaling af te remmen of zelfs te stoppen. In een laaggelegen land als Nederland is het cruciaal om adaptief met de gevolgen van klimaatverandering om te gaan en bodemdaling is voor een groot deel van Nederland hierin een belangrijke en complicerende factor.

Het is echter teleurstellend dat de minister van I&W (mede namens eerder genoemde ministeries) niet meer ambitie toont in dit voor Nederland toch zo elementaire probleem. Door nu in te zetten op een samenhangend nationaal programma met integrale aansturing zou veel schade voorkomen kunnen worden, nu en in de toekomst. De verantwoordelijkheid van de minister van BZK voor een ‘goede leefomgeving’ gaat niet ver genoeg als garantie en aansporing om werk te maken van het tegengaan van bodemdaling. In haar analyse reikt de minister oplossingen aan, maar ze zet niet door om deze oplossingen ook breder en samenhangend toegepast te krijgen. Daarmee zijn de decentrale overheden, inwoners en ondernemers nog onvoldoende geholpen.

De minister geeft bijvoorbeeld aan dat de wet- en regelgeving om nieuwbouw klimaatbestendig uit te voeren beschikbaar is en dat gemeenten daarvan gebruik moeten maken. In praktijk zijn er echter meer doelen en regels op andere terreinen die het moeilijk maken voor gemeenten om eisen voor klimaatbestendigheid op te leggen aan (project)ontwikkelaars en aannemers. Bovendien is niet altijd
de benodigde capaciteit en kennis aanwezig. Het nationaal stellen van eisen aan klimaat- en bodemdalingsbestendigheid van nieuwbouw zou wenselijker en effectiever zijn.

Op lokaal en regionaal niveau komen veel concrete problemen ten gevolge van bodemdaling samen. De integrale aanpak hiervan is een van de grootste opgaven van decentrale overheden. Het Rijk wilde integrale aanpak van ruimtelijke thema’s oppakken via de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Het Platform Slappe Bodem blijft met het Rijk in gesprek om de integrale aanpak van bodemdaling op alle niveaus te versterken.