Geschiedenis platform Slappe Bodem

Motie Hoekema
In 2001 heeft de Tweede Kamer met algemene stemmen de motie Hoekema aanvaard. In de motie werd de regering gevraagd zich op korte termijn te laten adviseren over een verfijning van de gemeentefondsmaatstaf bodemgesteldheid die recht doet aan het aspect drooglegging. Meerdere keren vroeg de Kamer (tot in 2006) aan de regering de motie uit te voeren en hieraan consequenties te verbinden. Het Intergemeentelijk samenwerkingsorgaan Midden-Holland (ISMH) heeft jarenlang deelgenomen aan diverse onderzoekscommissies om aandacht te krijgen voor de problemen van slappebodemgemeenten. In 2006 heeft dit uiteindelijk geresulteerd in een verfijning van het gemeentefonds in het cluster Wegen en water per 1 januari 2007.
 
Platform Slappe Bodem
In 2007 krijgt het slappebodemproject een vervolg in het Platform Slappe Bodem. Het bestuurlijk overleg en de werkgroep zijn uitgebreid met vertegenwoordigers van gemeenten buiten Midden-Holland. Samen werken zij door kennisdeling en –ontwikkeling aan een betere financiĆ«le positie van gemeenten op slappe bodem.

Het Platform Slappe Bodem zette zich jaren mede in voor de herijking van het gemeentefonds, cluster Rioleringen. De kosten van beheer en onderhoud van rioleringen zijn in slappebodemgemeenten immers flink hoger dan in gebieden met een goede bodemgesteldheid. Daarom zou – analoog aan de aanpassing in het cluster Wegen en water in 2007 – de factor ‘slechte bodemgesteldheid’ een grotere rol moeten spelen in de verdeling van het gemeentefonds.
In 2014 is positief besloten over de gewenste herverdeling. Gemeenten met een slappe bodem krijgen voor het nieuwe cluster Reiniging en riolering fors meer geld dan in 2010. Deze herijking is een prachtig resultaat dat we als Platform Slappe Bodem hebben bereikt. Het steeds weer blijven agenderen van het onderwerp heeft hier uiteindelijk toe geleid.

Lange termijn
Het platform richt zich niet alleen op herijking van het gemeentefonds. De gemeenten streven naar langetermijnoplossingen voor de problemen waarmee zij en hun burgers te maken hebben. Deze oplossingen willen zij bereiken door het agenderen van de problematiek bij de politiek, kennisinstellingen en bedrijven, en door het investeren in kennisdelen en kennisontwikkeling rond technische, procesmatige en financiƫle oplossingen. Hierbij werken we samen met waterschappen/hoogheemraadschappen, provincies, Deltares, TU Delft en marktpartijen.