menu
Filter

Jaarverslag 2019 en Activiteitenplan 2020 uitgebracht

Het Platform Slappe Bodem is actief geweest in 2019 en er zijn stevige stappen gezet om de doelstellingen te bereiken. U leest er alles over in het Jaarverslag 2019. Met de nieuwe Strategische Agenda 2020-2024 is het Platform inmiddels alweer flink op dreef. Het Activiteitenplan 2020 geeft aan wat de prioriteiten van dit jaar zijn. Vooral bodemdaling in bebouwd gebied zal flink aan bod komen en we werken alweer toe naar de volgende verkiezingen: die van de Tweede Kamer in 2021. Het Jaarverslag en Activiteitenplan zijn nu te downloaden.

Nationaal Congres Bodemdaling 12 november in Almere

De voorbereidingen voor het Nationaal Congres Bodemdaling 2020 zijn begonnen. Het congres gaat plaatsvinden op 12 november in Almere. Daarmee verlaten we de veengebieden voor even en komen we in de slappe klei terecht. Hoewel Almere een jonge stad is, liggen er al grote uitdagingen rondom bodemdaling. Het belooft weer een mooi congres te worden.

Uiteraard blijven we de adviezen vanuit het RIVM aanhouden. Als dit gevolgen heeft voor ons congres leest u dat op onze website.

Internationaal bodemdalingscongres TISOLS uitgesteld

Door de ontwikkelingen rondom het coronavirus (COVID-19) in binnen- en buitenland heeft de organisatie moeten besluiten het Tenth International Symposium on Land Subsidence (TISOLS) uitstellen naar 17-21 mei 2021. Hiermee wordt ook de “Society & Subsidence” dag van 20 april 2020 verzet naar 17 mei 2021. Op deze dag nodigen we nationale en internationale beleidsmakers, wetenschappers en experts uit om hun kennis, uitdagingen en oplossingen te delen op het gebied van bodemdaling.

Heeft u zich al aangemeld of een poster of paper ingediend? Maakt u zich geen zorgen.

  • Alle registraties worden geannuleerd en alle reeds betaalde registratiekosten worden vergoed.
  • De Proceedings of the International Association of Hydrological Sciences special issue gewijd aan TISOLS zal de komende weken volgens planning worden gepubliceerd.
  • Vanaf september 2020 openen we registratie en abstract inzending voor TISOLS in mei 2021. Auteurs met een paper in de TISOLS-procedure krijgen de kans om hun (geactualiseerde) onderzoek in 2021 te presenteren. Nieuwe abstracts zijn ook welkom. 

Heeft u nog vragen neem dan contact met ons op via tisols2020@tudelft.nl. Updates over TISOLS en de “Society & Subsidence” dag zullen gecommuniceerd worden via de TISOLS-website en via onze nieuwsbrief en de nieuwsbrief van Nationaal Kennisprogramma.

Kamerleden bezoeken Rotterdam Overschie

Op vrijdag 21 februari zijn Kamerleden Laura Bromet en Paul Smeulders op werkbezoek geweest in de wijk Rotterdam Overschie. De bestuurlijke kerngroep van het platform slappe bodem heeft de Kamerleden ontvangen. 

Het werkbezoek had als thema ‘Bodemdaling in bebouwd gebied’ en de Kamerleden zijn geïnformeerd over de uitdagingen die bodemdaling oplevert voor het beheer van de gemeentelijke openbare ruimte en voor particulieren. Wijken zoals Overschie komen voor in bijna alle gemeenten in West- en Noord-Nederland. De combinatie van bodemdaling met funderingsproblemen, klimaatadaptatie en energietransitie is in deze wijken een extra ingewikkelde opgave voor inwoners, pandeigenaren en gemeente.
Het Platform Slappe Bodem vindt dat bodemdaling in bebouwd gebied een nationaal probleem is dat te weinig aandacht krijgt in het rijksbeleid, zoals bijvoorbeeld de Nationale Omgevingsvisie (NOVI).

Risicoanalyse geeft inzicht in schadekosten aan funderingen

De droogte van de afgelopen zomers zorgde voor extra aandacht voor bodemdaling en schade aan funderingen. Voor sommige gemeenten was dit een bekend probleem, maar voor anderen een verrassing. Voor veel gemeenten geldt dat ze geen inzicht hebben in het risico op funderingsproblematiek. Deltares ontwikkelde een systematische methode voor risicoanalyse van paalrot en verschilzetting van panden op staal. Deze methodiek, samen met beschikbare data over bodemdaling, opbouw van de ondergrond, grondwaterstanden, gebouwgegevens en expertschattingen, vormt de basis van een nieuwe quickscan ‘risico op funderingsproblematiek‘ voor gemeenten.

Lees meer op de website van Deltares

Foto Vincent Basler

Project belicht: Voorweg Nieuwkoop​​

De deelnemers van het Platform Slappe Bodem zoeken in de praktijk naar oplossingen voor bodemdalingsproblemen. Veel van deze projecten staan op de website. We lichten er graag een uit. Deze keer komt de reconstructie van de Voorweg in gemeente Nieuwkoop aan bod.

De Voorweg N463 is ca. 1.600 meter lang en deels in beheer en eigendom van de provincie Zuid-Holland en deels van de gemeente Nieuwkoop. Tot 2015 was de wegconstructie door ligging in slappe ondergrond aan extreme zakking onderhevig, met alle overlast van dien. Door alle ophogingen was een pakket asfalt van 1,5 meter ontstaan! In samenwerking met de provincie is gestreefd naar een zettingsvrije reconstructie, die is uitgevoerd als palenmatras door de bestaande asfaltconstructie heen.

Sinds de aanleg zijn er herstelwerkzaamheden uitgevoerd omdat er toch scheurvorming ontstond. Tevens zijn de trottoirs opgehoogd; de overgangen van zettingsvrije constructie naar zettingsgevoelige constructie vraagt om aandacht.

De volledige projectbeschrijving en contactgegevens zijn te vinden op de website.

Pubquiz Bodemdaling tijdens Nationaal Congres Bodemdaling

Tijdens het Nationaal Congres Bodemdaling is er  nieuw programma onderdeel... de Pubquiz Bodemdaling.

Test uw kennis van bodemdaling in deze quiz georganiseerd door het Nationaal Kennisprogramma Bodemdaling en de Regiodeal Bodemdaling Groene Hart. Ga de competitie aan met vakgenoten en kijk of u feiten van fictie kunt onderscheiden. Na deze quiz heeft u een kennis-upgrade gekregen waarmee u tijdens de netwerkmomenten de andere bezoekers kunt imponeren. Per sessie is er ruimte voor slechts 30 deelnemers... zorg dus dat u op tijd bent!

Facilitators: Robert van Cleef en Pui Mee Chan (Nationaal Kennisprogramma Bodemdaling) en Welmoed Visser (Regiodeal Bodemdaling Groene Hart)

Bodemdaling in de ontwerp-NOVI

Van 20 augustus tot en met 30 september heeft de ontwerp-Nationale Omgevingsvisie (NOVI) ter inzage gelegen. Het Platform Slappe Bodem heeft een zienswijze ingediend.

Het woord bodemdaling komt maar liefst 31 keer voor in de ontwerp-NOVI, een belangrijk en verschil met voorgaande ruimtelijke Rijksvisies. Hiermee is het Platform erg verheugd. Desondanks is er volgens het Platform nog extra inspanning nodig om echt tot een nationale en integrale aanpak te komen: een nationaal programma met een langetermijnvisie en sterke samenwerking tussen Rijk en decentrale overheden. In de ontwerp-NOVI ziet het Platform hiervan de contouren, maar bodemdaling wordt nog teveel benaderd als een waterbeheersopgave voor het landelijke gebied. Naar mening van het Platform is de problematiek breder en integraler en ontbreekt voldoende aandacht voor de bebouwde gebieden. Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) heeft immers al in 2016 laten zien dat in bebouwde gebieden de grootste schade te verwachten bij gelijkblijvend beleid.

Het Platform werkt graag met het Rijk samen aan visie om zo meer richting te geven aan de integrale aanpak van bodemdalingsproblematiek in bebouwd en landelijk gebied. De NOVI kan hiervoor de stevige basis bieden.

Terugblik Nationaal Congres Bodemdaling

21 november 2019 werd volgens traditie weer een complete dag over de aanpak van veenbodemdaling in Nederland georganiseerd. Op dit jaarlijkse congres van het Platform Slappe Bodem presenteerden we de laatste stand van zaken rondom beleid, klimaat, beheer en onderhoud, water, bodem, landbouw en ruimtelijke ordening.

Kijk hier voor een volledige sfeerimpressie en een selectie van de presentaties subsessies.

Strategische Agenda Platform Slappe Bodem 2020-2024

Het Platform Slappe Bodem is en blijft continu in ontwikkeling. De samenwerking van Midden-Hollandse gemeenten die rond 2000 is ontstaan, is in 2019 uitgegroeid tot een netwerksamenwerking van 20 gemeenten, 6 waterschappen en 1 provincie en strekt zich uit over een groot deel van West-Nederland. 

Het Uitvoeringsprogramma 2015-2019 heeft zijn vruchten afgeworpen. Een groot deel van de destijds gestelde doelen is in de afgelopen jaren gerealiseerd. Daarmee heeft het platform kracht ontwikkeld om een rol van betekenis te spelen op nationaal niveau. Bodemdaling is dankzij de inzet van de deelnemende organisaties een thema dat een rol speelt in beleidsstukken (Deltaprogramma, Nationale Adaptatie Strategie, Nationale Omgevingsvisie), in onderzoek (samenwerkende kennisinstituten, Nationaal Kennisprogramma Bodemdaling) en bij ondernemers en inwoners. De vroegere Slappebodemdagen zijn uitgegroeid tot het jaarlijkse Nationaal Congres Bodemdaling met ruim 350 deelnemers. Ook krijgt bodemdaling met grote regelmaat aandacht in landelijke en lokale media (krant, tv, radio en online) en vak- bladen.
De centrale doelstelling die geformuleerd is in 2013 luidt in 2019 als volgt: “We zijn pas klaar met het Platform Slappe Bodem als de omgang met slappe bodem integraal onderdeel uitmaakt van beleid en beheer en nadelige effecten binnen aanvaardbare grenzen van duurzaamheid en betaalbaarheid zijn gebracht” 

Uit gesprekken met bestuurders en ambtenaren betrokken bij het platform is gebleken dat er draagvlak is voor een nieuwe periode. Het platform verzet de bakens enigszins: het agenderen van de problematiek is minder nodig maar zal niet verdwijnen, terwijl er meer behoefte is aan invulling van de aanpak van bodemdaling. De succesvolle agendering van de afgelopen jaren (het ‘wat dan?’) leidt steeds vaker tot de vraag ‘hoe dan?’ en het platform streeft ernaar deze vraag te beantwoorden. Dat de aanpak van bodemdaling van groot nationaal belang is om in West- en Noord-Nederland tegen aanvaardbare kosten te kunnen blijven wonen, werken en recreëren staat daarbij voorop. Het Platform Slappe Bodem is voor overheden de plek waar ervaringen, kennis en netwerk samenkomen. Het Nationaal Kennisprogramma Bodemdaling dat mede door het Platform is opgezet heeft hierbij een belangrijke en neutrale rol: de kennis die onafhankelijk wordt opgedaan wordt hier samengebracht, bediscussieerd en toegankelijk gemaakt. Het Platform Slappe Bodem blijft het Kennisprogramma ondersteunen met middelen en zal ook zelf (aanvullend) onderzoek laten uitvoeren ter ondersteuning van de eigen (lobby-)activiteiten. 

Alle hoofddoelen en activiteiten voor de komende periode (2020-2024) zijn begin december bestuurlijk vastgesteld in de Strategische Agenda.

Bodemdaling de Baas in het Groene Hart

Tijdens het nationaal congres bodemdaling, dat werd georganiseerd door het Platform Slappe Bodem i.s.m. het Nationaal Kennisprogramma Bodemdaling, ging de Regio Deal bodemdaling Groene Hart officieel van start. Binnen deze Regio Deal werken 8 regionale overheden, de rijksoverheid*, kennisinstellingen, agrarische sector, bewoners en bedrijfsleven samen aan een aanpak voor het omgaan met bodemdaling. Dit gebeurt door meer dan 20 innovatieve experimenten uit te voeren. De partijen investeren gezamenlijk 20 miljoen euro in de Regio Deal bodemdaling. De kennis en oplossingen die in de regio worden verzameld, kunnen ook op andere plaatsen in Nederland en mogelijk internationaal worden toegepast. Zo worden we samen bodemdaling de baas!

De start bezegeld
Aan Hilde Niezen (bestuurlijk trekker van de Regio Deal namens de 8 regionale overheden) en Johan Osinga (directeur-generaal van het ministerie van LNV en verantwoordelijke namens het rijk) werden op het podium eerst enkele vragen gesteld. Aan het einde van dit gesprek werd de figuurlijke brug geslagen over het samen aan de slag gaan. Niet alleen in de projecten, maar ook door af te spreken om regelmatig op werkbezoek te gaan. Want tijdens dit soort bezoeken wordt duidelijk zichtbaar wat de problemen zijn en welke stappen ondernomen moeten worden om met deze problemen om te gaan. Letterlijk dus met de voeten in het veen! Om daarop goed voorbereid te zijn, stonden op het podium naast een tuinbankje twee paar Regio Deal bodemdaling laarzen klaar. Hilde Niezen en Johan Osinga trokken deze laarzen gelijk aan voor het zetten van de handtekening op de Regio Deal Bodemdaling Groene Hart, waarmee de start is bezegeld en de uitvoering kan beginnen.

Haalbaarheidsstudie Drijvend Bouwen in Woerden

Grote delen van de ondergrond in Nederland bestaan uit veen, waaronder die in de gemeente Woerden. Veen is niet draagkrachtig, waardoor wegen, riolering, groen en kabels en leidingen verzakken en schade oplopen. Voor de gemeente betekent dit hoge beheer- en onderhoudskosten van de openbare ruimte. 

Daarnaast krijgen we door klimaatverandering steeds vaker te maken met langdurige droogte en hevige regenbuien. Dit vraagt om een flexibel watersysteem dat in staat is om piekbuien te bergen en water op te slaan, zodat er ook in droge tijden genoeg water is veiliggesteld. De huidige wijze van bouwen houdt nog onvoldoende rekening met deze gevraagde flexibiliteit. 

Door de hoge druk op de woningmarkt en het beperkte aantal (goede) locaties om te bouwen, is het waarschijnlijk dat ook gebieden met een niet-draagkrachtige bodem bebouwd worden. Een drijvende wijk in het veenweidegebied kan hier een uitkomst bieden. Een drijvende wijk is flexibel, heeft geen last van een dalende bodem en kan goed water bufferen. Het is daarmee een bodemdaling- en klimaatbestendige wijk.

Bevindingen
Inleidende zin over het onderzoek: Gemeente Woerden heeft, met een aantal partners, onderzoek gedaan naar drijvend bouwen. Tijdens het onderzoek is gekeken naar ontwerpmogelijkheden, techniek, kosten, planeconomie en wetgeving. Dit heeft waardevolle inzichten opgeleverd in de vele kansen en risico’s voor drijvend bouwen in veenweidegebied. De haalbaarheid wordt kansrijk geschat en de maatschappelijke meerwaarde is aanzienlijk. Wel dient er een grondige locatieafweging uitgevoerd te worden en moeten er concrete randvoorwaarden worden meegegeven aan ontwikkelaar. In het kort heeft het onderzoek de volgende bevindingen opgeleverd: 

  • Ontwerp: drijvend bouwen vraagt om een heel andere ontwerpbenadering. Het is daarom aan te raden om stedenbouwkundigen in een vroeg stadium van het ontwerpproces te betrekken. 
  • Techniek: drijvend bouwen biedt aanzienlijke voordelen, maar er zijn ook belangrijke aandachtspunten zoals de flexibele aansluitingen tussen verschillende wijkonderdelen, aanpak kabels en leidingen, waterkwaliteit, aanvoer van drijvende woningen en vroegtijdige afstemming met betrokken partijen. 
  • Kosten: financieel lijkt een drijvende wijk haalbaar mits de ontwikkelende partij en de gemeente afspraken maken over hoe toekomstige besparingen in beheer en onderhoud verrekend worden in de ontwikkelingsfase.
  • Planeconomisch: de omgevingswet biedt kansen om klimaat- en bodemdalingsbestendig te bouwen in veenweidegebied. Voor de provinciale en gemeentelijke omgevingsvisies, verordeningen, omgevingsplannen en programma’s zijn bouwstenen voor drijvend bouwen geïdentificeerd.
  • Juridisch: vanuit bestaande juridische kaders resteren belangrijke discussiepunten. Zo kan de gemeente bijvoorbeeld kiezen of zij drijvende woningen als (on)roerende zaak aanmerkt. 

Het project heeft plaatsgevonden in opdracht van gemeente Woerden, de provincie Utrecht en Waterschap HDSR en directe betrokkenen zijn de provincie Zuid-Holland, Balance D’eau, Zeinstra Veerbeek Architecten, ORG-ID, Witteveen+Bos en Sweco.
In het vervolgonderzoek gaat de gemeente samen met de partners van de Regio Deal Bodemdaling nog openstaande vraagstukken onderzoeken en proberen partners te prikkelen mee te denken met het concept van een drijvende wijk.

Programma Nationaal Congres Bodemdaling bekend

Het Nationaal Congres Bodemdaling op 21 november belooft weer een mooie dag te worden met de laatste nieuwtjes en ontwikkelingen op bodemdalingsgebied. Onder leiding van dagvoorzitter Inge Diepman zullen onder meer Erik Jan van Kempen (directeur-generaal Omgevingswet), Johan Osinga (directeur-generaal Natuur, Visserij en Landelijk gebied), Hanke Bruins Slot (Gedeputeerde Provincie Utrecht, voorzitter Veenweidetafel) en Maarten van Rossem (historicus) hun visie geven op de #hoedan? aanpak van bodemdaling in Nederland.

WANNEER: donderdag 21 november 2019
WAAR: Fort Voordorp, 3737 BK Groenekan

Het maximum aantal deelnemers aan het congres is bereikt. Als u een e-mail stuurt naar info@slappebodem.nl wordt u op de reservelijst geplaatst.

Dit jaar is er extra aandacht besteed aan de randprogrammering van het congres. Namens de Stichting Schuimbeton zal een kunstenares haar talenten tonen met lichte ophoogmaterialen. De subsessies in het tweede gedeelte van de dag worden gepresenteerd aan de hand van 5 thema’s: Bodemdalingsprogramma’s Bebouwd gebied Veenweide initiatieven Innovatie en Pilots Luchtige en drijvende inspiratie

De kennismarkt is goed gevuld met mooie bedrijfspresentaties. Daarnaast is er  nieuw programma onderdeel... de Pubquiz Bodemdaling.

Het hele programma vindt u hieronder.

Gemeenten kunnen 119 miljoen per jaar besparen

Dat de kosten voor beheer en onderhoud van openbare ruimte en infrastructuur op slappe bodem hoog zijn, wisten de gemeenten die hiermee te maken hebben al. Welke meerkosten daadwerkelijk gemaakt worden en mogelijk te vermijden zijn was tot nu toe nooit berekend. Uit onderzoek van ingenieursadviesbureau Sweco, in opdracht van het Platform Slappe Bodem en met medewerking van Deltares, blijkt dat de kosten aanzienlijk zijn, maar ook dat er veel te besparen valt door toepassing van de levenscyclusbenadering en innovatieve, lichtgewicht technieken. 

De uitkomsten van dit onderzoek ‘Kosten in Beeld’ op een rij:

  • Onderhoud en beheer van openbare ruimte en infrastructuur op verzakkende veenbodem is 2x zo duur als op stevige bodem. Dat komt door ongelijkmatige zetting (bodemdaling). Daardoor moeten gemeenten 2 keer zo vaak opnieuw ophogen en aanleggen, met veel overlast voor de inwoners.
  • 2 keer zoveel kosten betekent ook 2 keer zoveel projecten en 2 keer zoveel ambtenaren en wegwerkers om alle projecten uit te voeren.
  • Met toepassing van innovatieve, lichte technieken kunnen gemeenten gezamenlijk 119 miljoen euro per jaar besparen. Dat is ongeveer 17 euro per inwoner per jaar. Het gaat om de gemeenten met zakkende, slappe bodems in West-Nederland. Snelwegen, spoorwegen en provinciale wegen zijn buiten beschouwing gelaten.
  • Toepassing van de levenscyclusbenadering en kiezen voor duurzame, lichtgewicht funderingsmaterialen door gemeenten betekent hogere kosten bij aanleg, maar lagere kosten voor beheer en onderhoud, minder overlast en meer kwaliteit.
  • Innovatie, beschikbaarheid van betrouwbare informatie en nader onderzoek naar de dieper liggende oorzaken van bodemdaling zijn noodzakelijk om de kosten verder te reduceren.

De kosten komen voor rekening van de burgers, maar worden vaak niet volledig doorberekend in de gemeentelijke belastingen. De gemeentelijke belastingen voor gemeenten met slappe bodems (veen/klei) in vergelijking met gemeenten op zand zouden dan immers ook 2 keer zo hoog moeten zijn en dat is voor inwoners niet acceptabel. Gevolg is dat concessies worden gedaan aan de kwaliteit van openbare ruimte, die in de onderzochte gemeenten dan ook lager is dan gewenst.

 Voor het Platform Slappe Bodem zijn de uitkomsten en aanbevelingen van het onderzoek reden om verder in te zetten op het delen van kennis en ervaring, stimuleren van onderzoek en innovatie.

Bodemdaling belangrijk thema in coalitieprogramma’s

Rond de verkiezingen van Provinciale Staten en waterschapsbesturen heeft het Platform Slappe Bodem een online campagne gevoerd. Het thema was ‘Bodemdaling remmen we samen’, met als doel de aanstaande waterschaps- en provinciebestuurders te bewegen om bodemdaling op te nemen in de doelen voor de nieuwe bestuursperiode. Het Platform heeft een analyse laten uitvoeren van de coalitieprogramma’s die voor de zomer zijn verschenen. Hierin zijn alleen de provincies en waterschappen die met bodemdaling in hun beheersgebied te maken hebben meegenomen.

Uit de analyse blijkt dat in vrijwel alle 15 onderzochte coalitieprogramma’s bodemdaling is opgenomen als aandachtspunt. De aandacht is daarbij vooral gericht op het landelijke gebied en het verminderen van de CO2-uitstoot uit veen. Daarmee komt het bebouwde gebied minder uit de verf. De in de coalitieprogramma’s opgenomen ambities zullen in de nieuwe bestuursperiode worden omgezet in beleid en maatregelen. Het Platform Slappe Bodem werkt en denkt graag mee om hieraan invulling te geven. De aanknopingspunten om bodemdaling samen te remmen zijn in ieder geval in ruime mate aanwezig.

5 miljoen voor baanbrekend onderzoek naar bodemdaling in Nederland

Een breed nationaal consortium onder leiding van de Universiteit Utrecht krijgt 5 miljoen euro om de bodemdaling in Nederland te onderzoeken. Het blijven zakken van het maaiveld en de ondergrond heeft grote maatschappelijke gevolgen en economische impact. Uiteenlopende disciplines als fysische geografie, satellietgeodesie, biologie, bodemchemie, agro-economie, civiele techniek, milieubeleidswetenschappen en rechtsgeleerdheid slaan nu de handen ineen om Nederland toekomstbestendig te maken.

De omvang van het project is 5 miljoen euro. Ruim 4,3 miljoen euro daarvan is afkomstig uit fondsen van de Nationale Wetenschapsagenda. De niet-universitaire consortiumpartners tekenden voor het resterende bedrag. Het gehonoreerde onderzoek valt onder het universiteitsbrede thema Pathways to Sustainability, binnen de hub Water, Climate & Future Deltas.

Wereldwijd wonen ruim 500 miljoen mensen in rivierdelta’s. Deze gebieden met hun vaak slappe ondergrond worden steeds intensiever gebruikt en steeds dichter bevolkt. Door grondwaterwinning, zware bebouwing en waterpeilverlagingen voor landbouw en steden klinkt de bodem in, met schade aan gewassen, bebouwing en infrastructuur als gevolg. Lage grondwaterstanden door waterpeilverlagingen die leiden tot bodemdaling, kunnen ook bijdragen aan een warmer wordend klimaat door de omzetting van drooggevallen veen in broeikasgassen. Tenslotte is een wegzakkend land onder een stijgende zeespiegel steeds moeilijker droog te houden. Ook in de dichtbevolkte Nederlandse rivierdelta zijn de effecten van bodemdaling duidelijk zichtbaar. Willen we onze delta leefbaar houden, dan is dus een grondige aanpak nodig.

In de volle breedte
Een groot onderzoeksteam heeft nu 5 miljoen euro gekregen om in de volle breedte te onderzoeken hoe Nederland het beste met de bodemdaling kan omgaan. Bewoners, bedrijven, gemeenten en waterschappen krijgen daarmee handelingsperspectieven. Het overkoepelende doel van het programma is het integreren van het onderzoek naar fundamentele oorzaken met dat naar beleidsbeslissingen. Bodemdaling heeft namelijk meerdere oorzaken, die samen de totale daling verklaren. Het uiteindelijke effect van al die oorzaken is van plek tot plek verschillend, evenals de beste aanpak van bodemdaling. De grote vraag is hoe we onze huidige omgang met bodemdaling kunnen ombuigen als de schade te groot wordt. Voor een antwoord op die vraag moeten de oorzaken op onderbouwde wijze kunnen worden uitgesplitst.

Lees meer op de website van de Universiteit Utrecht

Jaarverslag en activiteitenprogramma uitgebracht

Het jaarverslag 2018 en het activiteitenplan 2019 zijn gebundeld en uitgebracht  op onze website.

In 2018 is het thema bodemdaling echt doorgedrongen tot de nationale en lokale agenda’s. Ook kon het platform slappe bodem het onderzoek ‘kosten in beeld’ presenteren en werden we door de droogte geconfronteerd met gevolgen van extra bodemdaling. In 2019 gaat het platform slappe bodem door op de ingeslagen weg. De samenwerking in het nationaal kennisprogramma bodemdaling wordt voortgezet en er volgt een nieuw Nationaal Congres Bodemdaling.

Bodemdaling belangrijk onderwerp verkiezingen waterschappen en provinciale staten

In de verkiezingen van waterschapsbestuur en provinciale staten op 20 maart heeft het thema bodemdaling een belangrijke rol gespeeld. Door het Platform Slappe Bodem is rondom de verkiezingen een online campagne gevoerd om bodemdaling op de agenda te houden.

Met name de noodzaak om samen te werken tussen overheden en met inwoners en ondernemers stond centraal. De door het platform verspreide ludieke filmpjes en infographic zijn vaak gedeeld via social media en hebben geleid tot flink meer bezoek aan de website van het platform.

Inmiddels zijn de meeste coalitieakkoorden gesloten. Het Platform Slappe Bodem gaat met de nieuwe bestuurders in gesprek over de (hernieuwde) samenwerking.

Bekijk hier de campagnefilmpjes

Bestuurders brengen werkbezoek aan Almere

Op uitnodiging van wethouder Hilde van Garderen heeft op 26 juni het jaarlijkse bestuurlijk overleg Platform Slappe Bodem plaatsgevonden in Almere. Aan het overleg was tevens een werkbezoek gekoppeld aan de Regenboogbuurt, waar de gemeente groot onderhoud van de openbare ruimte laat uitvoeren.

De Regenboogbuurt is een bijzondere buurt in Almere, gebouwd tussen 1994 en 1998 en gepresenteerd op de BouwRai 1994. Het is de enige woonwijk ter wereld waar kleur zo essentieel, grootschalig, geregisseerd en gedetailleerd is toegepast. Het is ook een woonwijk met een grote bodemdalingsproblematiek, ondanks het feit dat Almere niet gebouwd is op veen, maar op klei.

Door de bodemdaling doet Almere 10 jaar eerder dan gewoon is groot onderhoud in de Regenboogbuurt. Tijdens het werkbezoek werd duidelijk wat de effecten van bodemdaling in Almere zijn, de specifieke bodemopbouw in Almere en welke innovatieve maatregelen er worden genomen om de bodemdaling in de toekomst te beperken. Almere heeft daarnaast laten zien hoe het groot onderhoud in de Regenboogbuurt samen met bewoners is opgepakt en hoe er een koppeling is gemaakt met klimaatadaptatie.

Kennisexpeditie bodemdaling in Gouda

Op 28 juni 2019 vond de tweede kennisexpeditie bodemdaling plaats. Deelnemers werden verwelkomd in het Huis van de Stad in Gouda. De dag werd geopend met een plenaire bijeenkomst onder leiding van Geert Roovers (Saxion/ Antea Group). Geert benadrukte het belang van het delen van kennis en gezamenlijk optreden om tot een effectieve aanpak van bodemdaling te komen.

Hilde Niezen, voorzitter van het Platform Slappe Bodem en als wethouder bij gemeente Gouda gastvrouw van de dag, vertelde in gesprek met Geert dat er de laatste jaren steeds meer aandacht is gekomen voor bodemdaling. Er zijn vele onderzoeken en pilots rondom bodemdaling gestart. Wel is het nog de vraag hoe de uitkomsten op lange termijn structureel geïmplementeerd worden. Het Nationaal Kennisprogramma Bodemdaling speelt hierin steeds meer een centrale en verbindende rol.

Ook vanuit het Rijk komt er steeds meer aandacht voor bodemdaling. Het Rijk erkent dat de bodemdalingsaanpak ook een rijksopgave is en er wordt geïnvesteerd door het Rijk in verschillende programma’s. Ook in het klimaatakkoord is geld uitgetrokken voor de aanpak van bodemdaling.

Alle verslagen van projecten, deelexpedities en een fotoverslag van deze middag zijn hier terug te zien.

Rijk en regio investeren 20 miljoen euro in bodemdaling Groene Hart

Bodemdaling in het Groene Hart is een probleem voor zowel stad als platteland. Om deze regio toekomstbestendig te maken investeren Rijk en regio gezamenlijk 20 miljoen euro in de Regio Deal bodemdaling Groene Hart. Dat schrijft minister Carola Schouten van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit mede namens minister Kajsa Ollongren van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en andere betrokken bewindspersonen in een brief aan de Tweede Kamer. Acht lokale overheden en het Rijk werken samen aan manieren om beter om te gaan met de gevolgen van bodemdaling. Nu er overeenstemming is over de specifieke invulling en financiering van de deal, kan de regio starten met de uitvoering.

Hilde Niezen (bestuurlijk trekker Regio Deal bodemdaling Groene Hart): “Ik spreek namens de bestuurders van de 8 betrokken partijen dat we verheugd zijn met deze mijlpaal. Dit is zeer belangrijk, want we staan de komende decennia met de bodemdalingsproblematiek voor een grote en kostbare maatschappelijke opgave. Om de kennisontwikkeling in Nederland goed met elkaar af te stemmen en te verspreiden, werken we daarnaast samen met andere gemeenten uit het gebied, het Nationaal Kennisprogramma Bodemdaling, het Platform Slappe Bodem en veenprogramma’s elders in het land. Na de zomer wordt de regiodeal officieel ondertekend. Dan gaan we keihard aan de slag met elkaar om oplossingen te vinden om de bodemdaling op het platteland en in de stad de baas te worden!“

De 8 betrokken partijen zijn: gemeente Alphen aan den Rijn, gemeente Gouda, gemeente Woerden, provincie Zuid-Holland, provincie Utrecht, Hoogheemraadschap van Rijnland, Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden en Hoogheemraadschap Schieland en de Krimpenerwaard.

Eind 2018 selecteerde het kabinet het voorstel van de regio Groene Hart uit 88 inzendingen voor een Regio Deal. De bodemdaling heeft gevolgen voor veel verschillende gebieden. Het raakt onder andere woningbouw, infrastructuur en landbouw. De projecten binnen deze Regio Deal zijn gericht op het bieden van handelingsperspectief voor bewoners, bedrijven en overheden hoe om te gaan met de effecten van bodemdaling. Het gaat hierbij om kennisontwikkeling en verspreiding van oplossingen die betrekking hebben op onder andere woningbouw, agrarisch ondernemerschap en CO2 reductie. Ook voorlichting en advies krijgen een belangrijke rol.  

De Regio Deal is een partnerschap tussen Rijk en regio. Voor de totstandkoming van deze Regio Deal stelt het Rijk 10 miljoen euro beschikbaar vanuit de Regio Envelop. De regio legt ook 10 miljoen euro in. Daarmee is de begroting voor de deal rond.

Partners
Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties, het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en het ministerie van Economische Zaken en Klimaat zijn samen met het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit mede ondertekenaar van deze Regio Deal. Samen met de gemeente Alphen aan den Rijn, gemeente Gouda, gemeente Woerden, provincie Zuid-Holland, provincie Utrecht, Hoogheemraadschap van Rijnland, Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden en Hoogheemraadschap Schieland en de Krimpenerwaard is deze deal tot stand gekomen. In de uitvoering van de Regio Deal wordt nauw samengewerkt met kennisinstellingen, inwoners en ondernemers.

Regio Deals
Om de brede welvaart in Nederland te versterken zet het kabinet in op nauwe samenwerking met de regio’s. Met het sluiten van Regio Deals worden deze regio’s versterkt op een manier passend bij de mensen die daar werken en wonen. Rijk en regio hebben het afgelopen half jaar plannen gemaakt om over de hele linie de leefbaarheid in deze gebieden te vergroten, de veerkracht te versterken en het perspectief van de inwoners te verbeteren.

Ministeries zetten goede stappen, integrale aanpak ontbreekt nog

De ministers van Infrastructuur en Waterstaat (I&W) en Landbouw, Natuur en Voedselveiligheid (LNV) hebben mede namens hun collega-bewindspersonen van BZK, OCW en EZK een aantal brieven naar de Tweede Kamer gestuurd over de belangen, betrokkenheid en activiteiten van het Rijk rond het thema slappe bodem oftewel bodemdaling van veen- en kleigebieden. Hiermee geeft het kabinet invulling aan het verzoek van het Kamerlid Van der Lee (GL) en de aangenomen motie-Geurts (CDA) en reageert zij op de initiatiefnota’s ‘Veen red je niet alleen’ en ‘Droge voeten: naar een klimaatbestendig Nederland’ van Kamerleden Bromet (GL) en De Groot (D66).

Het Platform Slappe Bodem heeft waardering voor de heldere probleemanalyse van de minister van I&W en de erkenning dat bodemdaling een Rijksbelang is waarin het Rijk bovendien een systeemverantwoordelijkheid draagt voor Ruimtelijke Ordening, maar ook voor cultureel erfgoed. Daarnaast zet het Platform ook enkele kanttekeningen.

De minister meldt dat ‘het Rijk via thematische invalshoeken werkt aan een Rijksbrede aanpak van bodemdaling als cross-sectoraal thema door een reeks aan maatschappelijke opgaven.’ Bodemdaling is een breed probleem dat invloed heeft op veel beleidsterreinen en verschillende effecten heeft op stedelijke gebieden en landelijke gebieden die op termijn tot miljardenschades leiden aan economie, natuur en bebouwing.

Op nationaal niveau is de laatste jaren vooruitgang geboekt. Het is goed te zien dat de ministeries hun verantwoordelijkheden invullen, met name op het gebied van kennisontwikkeling. Daar ziet het Platform dat er grote stappen gezet (gaan) worden mede dankzij investeringen van het Rijk, waarmee het Nationaal Kennisprogramma Bodemdaling een impuls krijgt. De aangekondigde investeringen in de Regio Deal Bodemdaling Groene Hart, het onderzoeksprogramma Living on soft soils (LOSS) en veenweideprojecten in het kader van de Klimaatenveloppe zijn noodzakelijk om goede keuzes en oplossingsrichtingen te ontwikkelen om bodemdaling af te remmen of zelfs te stoppen. In een laaggelegen land als Nederland is het cruciaal om adaptief met de gevolgen van klimaatverandering om te gaan en bodemdaling is voor een groot deel van Nederland hierin een belangrijke en complicerende factor.

Het is echter teleurstellend dat de minister van I&W (mede namens eerder genoemde ministeries) niet meer ambitie toont in dit voor Nederland toch zo elementaire probleem. Door nu in te zetten op een samenhangend nationaal programma met integrale aansturing zou veel schade voorkomen kunnen worden, nu en in de toekomst. De verantwoordelijkheid van de minister van BZK voor een ‘goede leefomgeving’ gaat niet ver genoeg als garantie en aansporing om werk te maken van het tegengaan van bodemdaling. In haar analyse reikt de minister oplossingen aan, maar ze zet niet door om deze oplossingen ook breder en samenhangend toegepast te krijgen. Daarmee zijn de decentrale overheden, inwoners en ondernemers nog onvoldoende geholpen.

De minister geeft bijvoorbeeld aan dat de wet- en regelgeving om nieuwbouw klimaatbestendig uit te voeren beschikbaar is en dat gemeenten daarvan gebruik moeten maken. In praktijk zijn er echter meer doelen en regels op andere terreinen die het moeilijk maken voor gemeenten om eisen voor klimaatbestendigheid op te leggen aan (project)ontwikkelaars en aannemers. Bovendien is niet altijd

de benodigde capaciteit en kennis aanwezig. Het nationaal stellen van eisen aan klimaat- en bodemdalingsbestendigheid van nieuwbouw zou wenselijker en effectiever zijn.

Op lokaal en regionaal niveau komen veel concrete problemen ten gevolge van bodemdaling samen. De integrale aanpak hiervan is een van de grootste opgaven van decentrale overheden. Het Rijk wilde integrale aanpak van ruimtelijke thema’s oppakken via de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Het Platform Slappe Bodem blijft met het Rijk in gesprek om de integrale aanpak van bodemdaling op alle niveaus te versterken.

In de media over bodemdaling

De afgelopen periode is er blijvend aandacht geweest voor problematiek rond verzakkende (veen)bodem. Onder andere was er aandacht voor slappe bodem problematiek in het NTR-programma Hier zijn de Van Rossems, waarbij Maarten van Rossem zelfs zegt dat het niet alleen een probleem van Gouda is, maar een nationaal probleem. 

Zelfs in het buitenland wordt aandacht besteed aan de relatie tussen kaas, molens en bodemdaling: Blowing in the Wind: Why the Netherlands Is Sinking.

Het AD gaf een doorkijkje naar de toekomst in haar artikel Zo ziet het Groene Hart er over 100 jaar uit: wen maar vast aan veel meer water.

Nationaal Congres Bodemdaling 21 november

Op 21 november organiseert het Platform Slappe Bodem weer een complete dag over de aanpak van bodemdaling in Nederland. Het Platform presenteert onder meer haar nieuwe strategische agenda voor de komende vier jaar met heldere speerpunten.

Het Nationaal Kennisprogramma Bodemdaling zal presentaties delen over kenniszaken zoals natte teelten, onderwaterdrainage, innovatieve ophoogtechnieken, governance en geodata. Daarnaast is er ruimte voor inspirerende praktijkcases uit het netwerk. Op de kennismarkt kunnen deelnemers interessante initiatieven en marktpartijen leren kennen.

Het congres vindt plaats op een historische locatie van de Nieuwe Hollandse Waterlinie, op de rand van veenweiden en de Utrechtse Heuvelrug nabij Utrecht; Fort Voordorp.

Het volledige programma zal na de zomer online komen. Tot die tijd kunt u ideeën en suggesties aandragen via dit mailadres. Dit mailadres kunt u ook gebruiken wanneer u uw bedrijf wilt promoten op de kennismarkt.

Aanmelden voor het congres kan nu al via deze link.